Verhalen maken de mens. Inspirerende Utrechters aan het woord.

Je kan veel meer dan je denkt

Carry-Ann Tjong-Ayong

Ze stond in een treinstel om haar gedicht – dat was afgedrukt op een glazen tussenwand – voor te dragen. Precies op dat moment zakte ze door haar benen. De omstanders waren verbaasd. Was ze dronken? Ging ze paaldansen?

Het bleek een hersenbloeding. Haar dochter en de conducteur legden haar op een treinbank en terwijl ze haar lijf niet meer kon bewegen hoorde ze mensen mopperen: “ik moet naar de markt” en “ik ben al zo laat.” Een maand lang lag ze in het ziekenhuis en geloof het of niet, uiteindelijk bewoog ze haar pink. Zo ging ze, linkszijdig verlamd, een revalidatietraject van een jaar in.

Dit is het verhaal van de immer actieve Carry-Ann Tjong-Ayong. Werkzaam in maatschappelijke projecten, altijd geïnteresseerd in andere mensen, activist, politica, dichteres en schrijfster:

De Hoogstraat

Ik ben een ondernemend type en in de Hoogstraat mocht alles. Ik organiseerde klaverjastoernooien en bingo, vrienden kwamen concertjes geven en de kok maakte dan lekkere hapjes. Ik heb ook veel gesport, om aan te sterken. Van tennis tot korfbal, zwemmen en paardrijden.

Dan stond ik onder de douche en dan kwam er een hand met een kopje koffie. Waar heb je dat nou? Thuis niet eens!

Ik heb zelfs een keer mijn pink gebroken met voetbal, ik stond in het doel. Je moest er vroeg voor opstaan, dat vond ik niet leuk. Ik zei: “ik moet eerst koffie.” Dan stond ik onder de douche en dan kwam er een hand met een kopje koffie. Waar heb je dat nou? Thuis niet eens!

Suriname

Sinds de hersenbloeding zit ik in een rolstoel. Maar dat weerhoudt me er niet van om elk jaar naar Suriname te gaan. Ik ben het liefst in het binnenland, waar we sociale projecten opzetten. Bijvoorbeeld een theaterproject over HIV Aids. Je kan daar niet makkelijk komen, en al helemaal niet met je rolstoel. Maar mensen zijn behulpzaam en desnoods word ik in een kruiwagen gezet.

De mensen daar zijn behulpzaam en desnoods word ik in een kruiwagen gezet.

In Suriname word je gemakkelijker geholpen dan in Nederland. Een wildvreemde man zegt: “mevrouw, ik help u wel even.” Als het nodig is tilt hij me zelfs op. De straten zijn er veel slechter, met kuilen en gaten en plassen. En er zijn vaak trappen en niemand heeft een trap- of een gewone lift. Ze willen je best met vier man naar boven tillen, maar toch is het lastig.

Utrechtse hobbels

Thuis in Utrecht kent het dagelijks leven heel andere uitdagingen. De stoep is vaak vol. Bij winkels staan er reclameborden en iedereen smijt zijn fiets neer. Soms kan ik er echt niet langs en ik kan ook niet overal van de stoep af en weer verder. Ik gooi gewoon alles om, met mijn stok. Mensen worden wel eens boos, maar ik zie geen andere manier om van A naar B te komen.

Bij winkels staan er reclameborden en iedereen smijt zijn fiets neer. Soms kan ik er echt niet langs en ik kan ook niet overal van de stoep af en weer verder.

Volle stoepen zijn niet de enige obstakels. Van de gemeente heb ik weinig steun en hulp ondervonden. Als ik daar mijn beklag deed dan zeiden ze altijd dat het wel meeviel. Toen ik aangaf dat ik huishoudelijke hulp nodig had, kwamen er mensen kijken. Omdat ik een kop koffie voor ze zette, zeiden ze dat ik dan ook wel zelf kon koken. Ik heb ze toen gevraagd of ze die avond hun aardappels wilden schillen met hun linkerarm op de rug gebonden.

Oma, moet ik helpen?

Het zijn vaak Marokkaanse jongens die de helpende hand toesteken. Als ik de stoep af kom bieden ze mij een arm aan. En in de winkel pakken ze mijn tas voor me in. Vaak word ik dan gewaarschuwd: “niet doen hoor, straks stelen ze van je.” “Nee”, zeg ik dan, “misschien stelen ze van jou, maar niet van mij.” Ik vind dat heel flauw, die jongens helpen tenminste, dat hebben ze van huis uit meegekregen.

Volgende
Vorige