Haast

hoiUtrecht Ragna van Hummel

Ik was 32 toen ik borstkanker kreeg. Na de diagnose kreeg ik veel haast met leven. Het gevoel dat ‘tijd van leven’ vanzelfsprekend is, was ik kwijt. Ik was op dat moment ook nog zwanger. Een verwarrende combinatie. In mijn lijf zat zowel dood als leven.

Op een gegeven moment realiseerde ik mij; ik word niet meer de oude. Ik kan alleen nog maar de nieuwe worden.

Nu, achteraf, heb ik de woorden om uit te leggen dat ik eigenlijk alleen maar terug wilde naar hoe het was. Op een gegeven moment realiseerde ik mij; ik word niet meer de oude. Ik kan alleen nog maar de nieuwe worden. En dat ging uiteraard niet vanzelf. Een kind brengt structuur maar ontregelt ook. En zo is het ook met ziek zijn. Terwijl mijn werk als ICT-consultant heel lang de stabiele factor bleef.

Langs de zijlijn

Toen de behandelingen waren gestart werd ik te ziek om te werken. In mijn ‘goede week’ ging ik eens naar een feestje. Ik keek ernaar uit wat afleiding te hebben en zag er tegenop dat mensen zouden vragen hoe het met me ging.

Na een kort verhaal van mijn kant ging het gesprek over op een project waar één van de anderen aan werkte. Dat was het moment dat ik besefte; ik sta aan de zijlijn. Ik doe niet meer mee. Mijn leefwereld verschilde steeds meer met die van mijn vrienden. We waren met hele andere dingen bezig.

Warm bad

De dag dat ik weer aan het werk ging was een mijlpaal. Ik verwachtte een warm bad van collegiale aandacht en zo ging het ook. Een half uur. En toen ging iedereen weer door waar hij of zij mee bezig was. Ik kreeg carte blanche van mijn baas, mocht zelf bepalen wat ik wilde doen. Goed bedoeld, maar daarmee leek op dat moment het probleem van ‘er moet gere-integreerd worden’ mijn probleem geworden. Ik had gesprekken, met bedrijfsarts, arbeidsdeskundige, mijn leidinggevende, en iedereen was afwachtend.

Daarmee leek op dat moment het probleem van ‘er moet gere-integreerd worden’ mijn probleem geworden.

Nu achteraf begrijp ik wel dat niemand wist wat te doen, en neem ik het ook niemand meer kwalijk. Maar destijds had ik het moeilijk. Met ups en downs lukte het om uren op te bouwen. Ik heb me in die tijd veel afgevraagd; kan ik dit nog? Zien ze me nog voor vol aan? Heeft het zin om mijn werk weer op te pakken als ik niet eens weet of ik volgend jaar nog leef?

Drijfveren

De tijd ging voorbij, en toen ik bijna twee jaar ziek was kwam de WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) in zicht. Op dat moment verloor ik even alle vertrouwen. Zou ik ooit nog volledig aan het werk komen? Had het eigenlijk wel zin om te werken met mijn onzekere perspectief?

Heel fatalistisch maar zo voelde dat. Ik ben blijven werken omdat het houvast gaf. En het hield me uit het isolement. Ik vond het bovendien fijn om intellectueel uitgedaagd te blijven en eerlijk gezegd vond ik het ook prettig om mijn geld weer te verdienen. Zo heeft iedereen zijn eigen drijfveren bij werk. Drijfveren die belangrijk zijn als je uitvalt door ziekte.

Re-turn

Na twee jaar kreeg ik ontslag en kwam ik inderdaad in de WIA. Ik zat vol vragen, boosheid ook. Ik was niet meer gemotiveerd om te werken en dat had ik nog nooit gehad. Waar was het zo misgegaan? Ik kreeg de kans om de antwoorden op deze vragen uit te zoeken door een baan die mij liet kijken in de keuken van een re-integratiebureau en ik besloot deze baan te nemen.

Ik was niet meer gemotiveerd om te werken en dat had ik nog nooit gehad.

De zoektocht was in eerste instantie vooral om voor mezelf antwoorden te vinden. Achteraf waren het mijn eerste stappen op weg naar mijn eigen bedrijf Re-turn en ‘Werkkracht bij kanker’. Een methode afgestemd op individuele behoeften en ontwikkeld vanuit mijn eigen praktijkervaring.

Volgende
Vorige