Verhalen maken de mens. Inspirerende Utrechters aan het woord.

Communicatie komt van twee kanten

Corrie Tijsseling hoiUtrecht

Van de zomer was ik met mijn dochter in de sportschool. Ik vond de mensen daar altijd een beetje vreemd kijken en die dag kwam ik erachter waarom. Mijn dochter vertelde me dat de mensen elkaar daar groeten bij het binnenkomen en weggaan. Ik wist dat niet en deed dat dus nooit. Ze zullen me wel een arrogante dame hebben gevonden. Van dat soort dingen word ik moe.

Ik ben daar al mijn hele leven tegen in verzet en heb er inmiddels mijn werk van gemaakt om te strijden voor gelijke rechten.

Doofheid is de meest onzichtbare beperking die er is. De hele samenleving is ingericht op horende mensen. De magnetron piept als die klaar is. De auto piept als je je lamp niet uit gedaan hebt. Alle waarschuwingssignalen piepen. En een keer per maand gaat het alarm, dat is gelukkig nu ook per sms. Als dove ben je daardoor grotendeels buitengesloten. Ik ben daar al mijn hele leven tegen in verzet en heb er inmiddels mijn werk van gemaakt om te strijden voor gelijke rechten.

Jaren ’50

Toen mijn dove vader opgroeide was hij erop gebrand zo normaal mogelijk te lijken. Doofheid was iets om je voor te schamen. Wanneer wij vroeger als doof gezin over straat liepen, mochten we van hem onze handen niet gebruiken om met elkaar te praten. Als we dat toch deden, kregen we een klap voor ons hoofd.

Mensen vonden mijn vader ook wel eens eng vanwege zijn dovenstem. Ik heb meegemaakt dat een mevrouw in de bus ergens anders ging zitten nadat ze hem hoorde praten. Voor mij was hij juist mijn held.

Jaren ‘80

Toen ik zelf geen kind meer was, werd ik niet altijd als volwassene behandeld. Ik herinner me een treinreis met mijn jonge kind. Ik zag de andere mensen op het perron hun hoofd iets scheef houden, voor mij een teken dat er dus wat omgeroepen werd. Dus ik liep naar de conducteur en ik zei; ik ben doof, gaat de trein naar Utrecht nog wel? Hij vroeg me met hem mee te lopen, en vervolgens moest ik bij hem in het conducteurshokje gaan zitten. Want ik liep onbegeleid over straat. Met een kind.

21ste eeuw

Sinds de jaren ’80 is er veel veranderd. Er waren veel rolmodellen in de dovenwereld. In de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, daar konden doven veel meer bereiken. Ook mijn (horende) oma was voor mij een rolmodel.

In de hele dovengemeenschap kwam in die tijd de emancipatie op.

Wanneer er iets niet lukte, vertelde ze me gewoon dat ik het dan op een andere manier moest proberen. In de hele dovengemeenschap kwam in die tijd de emancipatie op. In het tijdschrift Woord & Gebaar stonden achter elkaar verhalen van mensen die ergens voor knokten. Ook mijn broertje ging studeren en hij wees mij erop dat ik dat ook zou kunnen. Ik hoefde niet na de MAVO het hele traject te doorlopen maar kon gewoon toelatingsexamen doen bij de universiteit.

Tegenwoordig

Het is nu 2017 en ik moet nog steeds opboksen tegen instanties. Er zijn nog veel obstakels in het leven van doven. Zo komen we veel moeilijker aan het werk. Mensen met veel in hun mars krijgen van het UWV te horen; als u doof bent kunt u beter geen communicatief beroep kiezen. Alles wat ik heb bereikt, heb ik te danken aan mijn eigen vechtlust, maar samen leven moet van twee kanten komen vind ik. Ik ben formeel arbeidsgehandicapt maar ik werk al sinds mijn achttiende. Ik zie mijzelf niet als gehandicapt, het systeem belemmert mij. Dat is het grote punt.

Alles wat ik heb bereikt, heb ik te danken aan mijn eigen vechtlust, maar samen leven moet van twee kanten komen vind ik.

Volgende
Vorige